1 Een psalm van Asaf. Een lied voor de koordirigent. Te begeleiden met snaarinstrumenten.
2 Iedereen in Juda kent God. Heel Israël eert en verheerlijkt Hem.
3 Zijn huis staat immers in Jeruzalem en Hij woont op de berg Sion.
4 Daar heeft Hij de wapens van de vijand vernietigd.
5 De geweldige bergen kunnen zich niet met U meten in pracht en heerlijkheid.
6 U versloeg de sterke vijanden. Zij sliepen gewoon in. Geen van al die dappere krijgers had nog kracht om tegen U op te staan.
7 Toen U Zich liet zien, God van Jakob, konden noch paarden noch strijdwagens meer iets beginnen.
8 U bent groot en beroemd; niemand kan in leven blijven als Uw toorn ontbrandt.
9 Vanuit de hemel hebt U geoordeeld en de aarde werd helemaal stil van ontzag.
10 Toen stond God op als rechter en bevrijdde al de oprechte mensen op aarde.
11 Werkelijk, zelfs Uw tegenstanders moeten U eer brengen. U houdt ze in toom.
12 Doe Uw geloften aan de HERE, uw God. Kom ze ook na. Iedereen moet Hem offers en gaven brengen, want Hij is beroemd en gevreesd.