Bible·textarchiv

“1-2 Nadat koning Jechonja, de koningin-moeder, de hooggeplaatsten aan het hof, de stamleiders en handwerkslieden door Nebukadnezar naar Babel waren gedeporteerd, schreef Jeremia hun vanuit Jeruzalem een brief, die hij adresseerde aan de Joodse leiders, de priesters en profeten en aan alle andere mensen, die daarheen waren overgebracht.”

Jeremiah 29:1 - Het Boek

Open in chapter view
Translations