‹›
“Hier zijn de namen van zijn zonen en kleinkinderen, die met hem meegingen naar Egypte: Ruben, zijn oudste zoon en diens zonen Henoch, Pallu, Hezron en Karmi. Simeon en zijn zonen Jemuël, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul (Sauls moeder was een Kanaänitische). Levi en zijn zonen Gerson, Kehath en Merari. Juda en zijn zonen Er, Onan, Sela, Perez en Zerah (Er en Onan waren in Kanaän gestorven). Perez had ook twee zonen: Hezron en Hamul. Issaschar en zijn zonen Tola, Pua, Job en Simron. Zebulon en zijn zonen Sered, Elon en Jahleël.”
Genesis 46:8 - Het Boek
Translations
Lutherbibel · DE
“Dies sind die Namen der Kinder Israel, die nach Ägypten kamen: Jakob, und seine Söhne. Der erstgeborene Sohn Jakobs, Ruben.”
World English Bible · EN
“These are the names of the children of Israel, who came into Egypt, Jacob and his sons: Reuben, Jacob's firstborn.”
Traduction de Louis Segond · FR
“Voici les noms des fils d`Israël, qui vinrent en Égypte. Jacob et ses fils. Premier-né de Jacob: Ruben.”