Bible·textarchiv

“Toen bad Jakob: "God van mijn groot vader Abraham en mijn vader Isaäk (HERE, Die mij heeft gezegd dat ik moest teruggaan naar het land van mijn familie en Die beloofde goed voor mij te zijn) ik ben het niet waard dat U mij zoveel goedheid hebt bewezen, steeds weer, zoals U had beloofd. Toen ik van huis vertrok, had ik alleen maar een staf en nu heb ik twee legers!”

Genesis 32:9 - Het Boek

Open in chapter view
Translations