Bible·textarchiv

“1-2 Wat ik wil zeggen, kan ik het beste duidelijk maken met het voorbeeld van een vader, die sterft en zijn bezittingen aan zijn minderjarige zoon nalaat. Zolang het kind minderjarig is, is het niet beter af dan een slaaf. Al zijn alle bezittingen van hem, hij heeft er pas iets aan als hij meerderjarig is. Hij moet doen wat zijn voogden en de beheerders van de erfenis hem zeggen. Pas als hij de leeftijd heeft bereikt, die zijn vader in het testament heeft genoemd, mag hij met de erfenis doen wat hij zelf wil.”

Galatians 4:1 - Het Boek

Open in chapter view
Translations